
Een boek dat je in zijn greep houd en je doet afvragen waarom je hier geen weet van had. Iets dat een land in die jaren zo in zijn greep heeft gehouden, maar wat maar weinigen erover weten…
Waar gaat dit boek over;
Normaal zitten ouderloze kinderen tot aan de leeftijd van ‘zichzelf kunnen onderhouden'(meerderjarig) in een kindertehuis, maar bij onderzoek naar zijn grootmoeder, Geesken Staal, vind hij, Menno Lanting, documenten met een woord dat hij tot dan toe niet echt kende, de bestedeling.
Het blijkt nu dus dat de kinderen van familie Staal niet naar het tehuis gingen, maar uitbesteed werden aan boerenfamilies in de Achterhoek.
Dat niet alleen, het blijkt dat een voorzichtige schatting ons brengt op een zekere 500.000 mensen die voor een deel van hun leven zijn uitbesteed.
Hans Christiaan Andersen heeft de stad Deventer totaal anders beoordeeld en beschreven dan de bewoners toentertijd in 1800 het beleefden.
Iemand in huis nemen ging tegen laagste bod, of het nu een kind was, een gehandicapte of oma die alleen was, ze werden uitbesteed aan de laagste bieder. Hoe bizar is dat gegeven dan. Zoals je kunt snappen lagen armoede en uitbesteding dan ook op één lijn en waren ze nauw verbonden.
Het uitbesteden bleef niet alleen in Nederland, ook Suriname wilde een graantje meepikken van de goedkope krachten en met een mooi verzonnen excuus gingen er een aantal blanke kinderen naar Suriname toe. Al ging dat niet helemaal zoals gepland dus dat was in die vorm snel voorbij.
In de negentiende eeuw veranderde er dingen op een goede manier, en veranderde de zorg ingrijpend. Beudeker was de man met een missie en zorgde ervoor dat allereerst de verzorging en registratie van de vondelingen en/of wezen werd verbeterd, waardoor er minder misstanden konden ontstaan.
Het eerste verhaal dat je leest in Deel3 –‘ Afgegeven, achtergelaten en afgenomen’, over de redenen waaróm een kindje op een willekeurig bordes terecht kwam en daarna in een bestedelingehuis, is op z’n zachtst gezegd verdrietig, het ongelukkige dienstmeisje B.B zoals ze zichzelf ‘noemde’ had geen keus en heeft de pijn in haar hart gedragen als een moeder die ze is, om haar meisje hopelijk een beter leven te kunnen geven. Het meisje kreeg de naam Elisabeth Ootman. Ook krijg je in dit hoofdstuk een heel mooi kijkje in hoe namen verzonnen werden, je kreeg je achternaam door de situatie/setting waarin je gevonden werd (bijvoorbeeld een weesje gevonden in een wagen, kreeg de naam Eliza van Wagen). Tussen 1700 en 1900 werd in sommige steden de vondelingenschuif in het leven geroepen, dit verminderde de kindersterfte doordat baby’s niet meer midden op straat lagen.
Ook is te lezen dat vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw het aantal vondelingen gestaag af bleek te nemen door sociale veranderingen.

Wat vind ik van dit boek;
Lees en huiver zou ik bijna zeggen, want van dit stukje geschiedenis heeft weinig Nederlander weet.
Op de cover staat een jong meisje met een beteuterd gezichtje, in een jurkje dat je wel als vodje mag beschrijven. Helaas heeft mijn Ereader geen kleur en zullen dingen anders overkomen dan dat je reader wel kleur heeft. Maar troosteloos komt ze zeker over, mét of zonder kleur, en dat is ook precies wat dit boek je voor gevoel geeft als je al die wangedragingen leest. Dat troosteloze…dat is dan ook meteen het gevoel dat je meeneemt wanneer je de eerste bladzijden leest.
Je verwondert je over de vele uitbestedingen en lage kosten die daarvoor betaald werden om iemand in huis te nemen, hoe lager het bod hoe groter de kans dat diegene aan die laagste bieder werd uitbesteed. Er is veel te doen geweest om de gezondheid en veiligheid van de bestedingen, en dat is uitgebreid te lezen in dit verslag.
Dit boek is er geen om even op te pakken als je een avondje ‘lekker wilt lezen’, dit is wel écht een boek waar je je gedachten bij moet houden. En dat komt door de hoeveelheid of ik mag bijna wel zeggen een overdaad aan namen, plaatsnamen en data die er veelvuldig achter elkaar genoemd worden.
Zorgelijk is ook om te lezen dat veel bestedingen met psychische problemen in gezinnen terechtkwamen die uiteraard niks van dit soort ‘aandoeningen’/gedragingen af wisten, en zo werd een gezin én bestedeling te kort gedaan.
Jantje Fief is een verhaal dat Langting bij is gebleven, en eerlijk is eerlijk, het is ook een pracht van een verhaal (met een monsterlijk randje). En ook dit soort dingen lees je in dit boek, niet alleen maar lees je kommer en kwel, maar echte verhalen die ook ontroerend kunnen zijn.
Wat ik wel erg mis bij dit Ebook, is de hoofdstukken op kunnen zoeken, ik kan niet een hoofdstuk opzoeken of terugkijken/terugvinden. Uiteraard staat de inhoud wel in het begin van het boek, maar het is niet terug te vinden wanneer je in het Ebook zelf de hoofdstukken zoekt.

Het verloop van de te vondeling leggen, de manier waarop dit kon en gedaan werd, de straffen die daarop volgde en het gehele verloop door de eeuwen heen is echt verbazingwekkend te noemen. Ik heb dingen gelezen en geleerd in dit boek die ik nooit voor mogelijk kon houden.
Wat ik nog het meest bizarre vind, is dat in deze tijden vele buitenlandse mensen juist naar Nederland komen voor betere kansen, maar in die tijd gingen veel bestedelingen juist wég uit Nederland voor betere kansen.
Al met al is dit een boek met heel veel kanten, gezichten, oplossingen (al dan niet goed of fout) en het licht dat Lanting op deze geschiedenis laat schijnen.
Wil jij dit fascinerende, maar ook wel lastige, boek lezen? Bestel hem dan snel bij S2uitgevers of je lokale boekhandel.